27-01-2025
Op 14 januari 2025 veroordeelde de rechtbank in Arnhem een vader tot twaalf jaar cel voor het doden en zwaar mishandelen van zijn tien weken oude baby. De moeder kreeg een geheel voorwaardelijke celstraf van twaalf maanden voor het in een hulpeloze toestand achterlaten van haar kind. Zij wist van de mishandelingen door de vader, maar liet haar baby desondanks bij hem, wat uiteindelijk leidde tot de dood van de baby. De uitspraak vind je hier: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:140.
De straf voor de vader is mijns inziens terecht, maar de veroordeling van de moeder roept bij mij vragen op. De vraagt rijst wat deze moeder anders had moeten en -belangrijker - kunnen doen.
In mijn praktijk zie ik dat ouders die kindermishandeling van de andere ouder willen aankaarten, tegen twee problemen aanlopen.
Ten eerste is er het psychologisme aspect. Veel slachtoffers durven in dit soort situaties niet snel aangifte te doen vanwege angst, schaamte en/of afhankelijkheid van de pleger. Ook kan een slachtoffer worden bedreigd en bang gemaakt, dat als ze de mishandeling naar buiten brengen er nog ergere dingen gebeuren. In een strafzaak heb ik een officier van justitie eens horen zeggen dat slachtoffers in een huiselijk geweld situatie gemiddeld pas in beweging komen na 30 keer te zijn mishandeld. Het lijkt dus logisch dat deze moeder die terecht stond voor de rechtbank Arnhem haar baby niet meer alleen bij de vader had mogen laten. Maar hoe realistisch is dat? Kun je dat psychologisch gezien wel van een slachtoffer verwachten? De strafrechter vindt van wel.
Ten tweede loopt een ouder die huiselijk geweld wil aankaarten, tegen het systeem aan. Huiselijk geweld lijkt gewoonweg niet snel serieus te worden genomen, zeker niet in scheidingssituaties. In mijn praktijk krijgt een ouder die aangifte wil doen van kindermishandeling door de andere ouder van de politie niet zelden te horen dat het een civiele kwestie is, of het verwijt wordt geuit dat een kind twee ouders heeft en recht heeft op beide ouders. De ouder die huiselijk geweld aankaart bij Veilig Thuis, de politie of bij de rechtbank, wordt gelabeld als strijdende ouder, een ouder die het kind geen andere ouder gunt. Deze gedachte lijkt zo ingemetseld, dat er weinig ruimte is om uit te gaan van het scenario dat het wel eens waar zou kunnen zijn wat deze ouder zegt en dat actie nodig is. In uitspraken van rechtbanken worden signalen van huiselijk geweld signaal van een ouder, niet zelden weggeschreven met de standaardwoorden dat iemand pas schuldig is als er een strafrechtelijke veroordeling ligt. Ook hier wordt het niet serieus genomen. In familierechtprocedures weegt de rechter vaak het recht op contact met beide ouders zwaarder dan de veiligheid van het kind, tenzij er een definitieve strafrechtelijke veroordeling ligt. Dit miskent dat voor een strafrechtelijke veroordeling eerst veel bewijs moet zijn. Het verkrijgen van bewijs is echter niet gemakkelijk in dit soort zaken omdat huiselijk geweld achter de voordeur plaatsvindt, waar geen anderen bij zijn. Het wordt nog lastiger als de pleger twee gezichten heeft en naar de buitenwereld uiterst vriendelijk is.
De veroordeling van de moeder roept de vraag op of deze moeder haar kind daadwerkelijk beter had kunnen beschermen, of dat zij machteloos stond in een systeem dat haar signalen waarschijnlijk had genegeerd. Het is immers maar zeer de vraag of zij verder was gekomen als ze hulp had ingeroepen gevraagd bij Veilig Thuis of de politie. En dit staat nog los van de psychische barrières die deze moeder eerst nog moest tackelen.
Deze zaak laat wat mij betreft zien hoe tegenstrijdig het systeem is, en dus faalt. Een ouder die meldt nadat er psychische barrières zijn overwonnen, dat er sprake is van huiselijk geweld, wordt aan de ene kant (de familierechtelijke kant) weggewuifd en aan de andere kant (de strafrechtelijke kant) veroordeeld omdat je in geval van huiselijk geweld niet mag stilzitten, maar in actie moet komen.
Wat mij betreft beginnen we bij het begin: rechters, politie en hulpinstanties zouden meldingen van huiselijk geweld serieuzer moeten nemen en sneller moeten handelen. Dat is een eerste stap om dit soort schrijnende gevallen als in de Arnhemse rechtbank te voorkomen.