29-02-2025
Op 10 januari 2024 heeft de Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2024:85) een uitspraak gedaan in een kort geding over het gebruik van social media door een minderjarig kind. De zaak draait om een conflict tussen twee ouders die gezamenlijk gezag hebben over hun achtjarige zoon. De vader eiste dat de moeder zou stoppen met het plaatsen van foto’s en video’s van hun kind op social media, maar de rechter wees zijn vordering af. Waarom? Omdat de vader niet bereid was om met de moeder in overleg te treden. In deze blog bespreek ik de belangrijkste aspecten van deze uitspraak, de rol van de **Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)** en de mogelijkheid van het aanstellen van een **parenting coördinator** om dergelijke conflicten op te lossen.
De ouders hebben gezamenlijk gezag over hun zoon, die onder toezicht staat van Jeugdbescherming Gelderland. Het kind verblijft om de week bij de vader en moeder. De moeder plaatst al sinds de geboorte van het kind foto’s en video’s van hem op social media, zoals Facebook, Instagram, TikTok en WhatsApp. Ze heeft zelfs accounts aangemaakt voor het kind zelf, waarop zij of het kind foto’s plaatst.
De vader heeft de moeder meerdere keren gesommeerd om deze foto’s en video’s te verwijderen, maar de moeder heeft hieraan geen gehoor gegeven. De jeugdbeschermer heeft aangegeven dat er eerst overleg nodig is tussen de ouders voordat er beslissingen worden genomen over het gebruik van social media. De moeder heeft herhaaldelijk aangeboden om in overleg te gaan, maar de vader weigert dit.
De vader vorderde in kort geding dat de moeder wordt verboden om foto’s van hun zoon op social media te plaatsen, te tonen of te verspreiden. Daarnaast eiste hij dat alle foto’s worden verwijderd, op straffe van een dwangsom. Hij stelde dat de moeder onrechtmatig handelt door zonder zijn toestemming foto’s van hun zoon te plaatsen, wat een inbreuk zou zijn op de privacy van het kind (artikel 8 EVRM) en in strijd zou zijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De vader voert aan dat toestemming van beide ouders is vereist voor het plaatsen van fotos van kinderen jonger dan zestien jaar. De vader argumenteerde dat hij geen toestemming heeft gegeven. Daarnaast wees hij op de gebruiksvoorwaarden van social media-platforms, die vaak een minimumleeftijd van 13 of 16 jaar hanteren, wat betekent dat het kind überhaupt geen accounts mag hebben.
De moeder voerde aan dat de vader geen spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, omdat zij al sinds de geboorte van het kind foto’s plaatst en de vader hier nooit eerder bezwaar tegen heeft gemaakt. Ze benadrukte dat haar accounts privé zijn en niet voor iedereen toegankelijk. Daarnaast heeft zij herhaaldelijk aangeboden om in overleg te gaan en afspraken te maken over het gebruik van social media. Zo stelde ze voor dat de vader bevriend met haar mag zijn op de verschillende accounts, zodat hij kan zien wat er geplaatst wordt, en dat ze geen foto’s zou plaatsen waarop het kind herkenbaar in beeld is. De vader weigert echter elk overleg.
De rechter oordeelde dat de vader geen spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen. Hoewel de foto’s een doorlopende inbreuk op de rechten van het kind zouden kunnen vormen, is het feit dat de moeder al jarenlang foto’s plaatst niet voldoende reden om in kort geding in te grijpen. De rechter benadrukte dat ouders met gezamenlijk gezag gezamenlijk beslissingen moeten nemen over het gebruik van social media door hun kind. Het is in het belang van het kind dat ouders hierover overleggen en tot afspraken komen.
De rechter vond het niet in het belang van het kind dat de vader de moeder dagvaardt zonder eerst in overleg te treden. De moeder heeft diverse aanbiedingen gedaan om de vader tegemoet te komen, zoals het verwijderen van bepaalde foto’s en het toevoegen van de vader als vriend op social media. De rechter achtte het niet noodzakelijk dat de moeder per direct alle foto’s verwijdert, vooral omdat het gaat om alledaagse foto’s die op zichzelf niet aanstootgevend zijn.
Was het aanstellen van een parenting coördinator een mogelijkheid geweest? Een belangrijk aspect van deze zaak is het gebrek aan communicatie tussen de ouders. De rechter wees erop dat het in het belang van het kind is dat ouders samenwerken en overleggen over opvoedingskwesties. Wanneer ouders er zelf niet uitkomen, kan het aanstellen van een parenting coördinator mogelijk een oplossing bieden. Een parenting coördinator is een neutrale derde die ouders helpt bij het oplossen van conflicten en het maken van afspraken over de opvoeding van hun kind.
In dit geval had een parenting coördinator kunnen helpen om tot duidelijke afspraken te komen over het gebruik van social media. Bijvoorbeeld door regels op te stellen over welke foto’s wel en niet geplaatst mogen worden, of door te bepalen hoe de privacy van het kind het beste gewaarborgd kan worden. Dit had mogelijk een juridische procedure kunnen voorkomen.
De uitspraak van de Rechtbank Gelderland benadrukt het belang van overleg tussen ouders bij het nemen van beslissingen over hun kinderen, vooral als het gaat om gevoelige onderwerpen zoals het gebruik van social media. Ouders met gezamenlijk gezag moeten samenwerken en proberen tot overeenstemming te komen, ook als ze het niet eens zijn. Het starten van een juridische procedure zonder eerst te overleggen wordt door de rechter niet gewaardeerd, vooral niet als het gaat om het belang van het kind.
Als ouders er samen niet uitkomen, kan een parenting coördinator een waardevolle rol spelen bij het oplossen van conflicten en het maken van duidelijke afspraken. Juridische procedures kunnen dan mogelijk worden voorkomen.
Heb je vragen over parenting coordination of het gebruik van social media en privacy? Neem dan contact op met mr drs. Y.M. Bérénos op y.berenos@groenendijk.com om de mogelijkheden te bespreken.